Opmerkingen
Uit navolgend stuk zou opogemaakt kunnen worden dat Hendrik Greeff niet in 1855 maar véé eerder , voor april 1803 zou zijn overleden!
----------
Bron: http://databases.tanap.net/mooc/make_pdf.cfm?output=pdf&id=MOOC8/25.39
pag 1.
Inventories of the Orphan Chamber
Cape Town Archives Repository, South Africa
Reference no.: MOOC8/25.39
Testator(s):
Hendrik GreeffAnna Catharina Lambregts
17 April 1803
Inventaris van alle zodanige goederen als er ab intestato met er dood zijn ontruymd ende nagelaten door den
burger Hendrik Greeff Matthyszoon ten voordeele van zyne over gebleevene huisvrouw en weduwe Anna
Catharina Lambregts, met welke hy in gemeenschap van goederen is getrouwd geweest ter eenre; mitsgaders
hunne by den ander in huwelyk geprocreeerde minderjarige kinderen, genaamdt
1) Mathys Hendrik oud 8 jaren
ter andere zyde
2) Helena Johanna Maria oud 6 jaren
3) Anna Catharina oud 4 jaren en
4) Jan Daniel Greeff oud 21 maanden
5) zodanig kind als waar van zy weduwe thans zwanger is
Zodaanig ende in dier voegen als dezelve door ons ondergeteekende gecommitt:e Weesmeesteren op t op en
aangeven van des overledenens nagelatene weeduwe zyn ginventariseert en opgenomen, bestaande alle
dezelve in t volgende, namentlijk
Een opstal staande op de leningsplaats genaamt Swellengift gelegen in de Koebergen onder t Kaapsche
district
In t woonhuis van even gemelde plaats en aldaar
In t voorhuis
twee klap tafels
twee thee tafels
agt stoelen
een water emmer
een porcelaine scheer bekken
een tafel kast
een kopere thee machine
een kopere vuur testje
een tinne schenkbord
een trek pot en
een melk kan
In de voorkamer ter regter hand
---
p 2
een kabinet waar op
een stel potten en bekers
een bureau
een tafel kast
een ledikant waar op
een bed, peuluw, vyf kussens en een wolle deken
twee thee tafels
een schiet geweer
een spiegel
twee schenk blaadjes
twee syferlyen en
een blikke trommel
In de kamer ter linker hand
twee kopere quispedoren
vyf kopere kandelaars
een ledikant met behangsel en daar op
twee bedden
twee peuluwen
thien kussens
een chitze deken en
een wolle deken
drie stoelen
een geweer rak
een rak waar op
eenig glaswerk
In de agter kamer
een klap tafel
een wasch balij
een brood mes met zyn bank
twee kook ketels
een koffy kan
zesthien schotels in zoort
zes en dertig borden in zoort
zes en dertig tinne lepels
zes en dertig staale vorken
zes en dertig messen
twee boter potjes
In de combuys
een bak kist
---
p. 3
een bak tafel
een water half aam
vier emmers
een wasch fonteintje met zyn onder balij
vier yzere potten
een yzere rooster
twee yzere potlepels
een yzere vleesch vork
een schuimspaan
een drie voet en
een melk balij
In t school vertrek
tien jukken
twee trek touwen
een haksel bank
vyf ledige theer vaten
een ledige half aam
een parthy swengels
zesthien paarde tuigen met toebehoren
een ledige legger
twee koorn vorken
een party sickels
twee zadels en
een toom
In de winkel
thien ploeg scharen
een schaaf bank
een slyp steen
twee ongemaakte waagen asschen
een party timmermans gereedschappen, en voorts
eenige rommeling
In de garst kamer
vyf en veertig mudden garst
een paarde krip
twee deur koezynen
een grynhoute plank en
een party rommelarij
In t pakhuis n:o 1
---
p. 4
twee boter karns
twee vleesch balys en
voorts wat rommeling
In t pakhuis n:o 2
twee meel kisten
een baly
een party ledige zakken
een paar pistolen met hunne holsters en
een pallas
Op de werf
twee paarde wagens met hun toebehoren
een osse wagen met toebehoren
een oude defecte wagen
twee ploegen
een schoffel ploeg
drie eggen
vyf pikken en
drie graven
In t koornhuis
een koorn harp
twee schepels
drie koorn schoppen en
een visch zeegen
In de kraal
dertig paarden
dertig beesten en
een hondert en agthien schapen en bokken
Lyf eigenen
een slave jongen genaamt Fortuyn van Bengalen zynde een wagen ryder
een slave jongen gen:t January van Bengalen almeede een wagen ryder
een slave jongen gen:t Jefta van Madagascar
een slave jongen gen:t Falentyn van Mosambieque
een slave jongen gen:t Zoutman van Mosambieque
een slave jongen gen:t Agilles van Boegies
een slave meid genaamd Christina van Boegies
een slave meysje genaamdt Sara van de Caab
---
p. 5
Bevindende zig voorts nog in de Kaapstad, by de horologie maker Christiaan van den Burgh, een spinsbekke
zak horologie en by den geweer maker Jan Jurgens, een schiet geweer, omme te worden gereparreerd.
Inne schulden
Rd:s
van den burger Johannes Augustus Greeff Matthyszoon over contant geleende penningen, waar van
egter de obligatie niet is gevonden
200
met de renten van dien zedert ultimo May 1798, in welkers mindering denzelven een contra pretensie
op den boedel is hebbende
van Jan Prins Jurriaanszoon over koop van een paard 50
Lasten des boedels
Rd:s
aan de diacony armen der Hervormde Gemeente in de Kaapstadt 14000 ofte 4666:32
aan de manh: Jan Daniel Heroldt aan capitaal 8000 ofte 2666:32
aan het lidt der Raad der Gemeente Johannes Adrianus Vermaak aan cap:l
2000 ofte
666:32
aan den oud commissaris van Civiele en Huwelyks zaken Jan Vos
Hendrikszoon 3000 ofte
1000:−−
aan den diacon der Luthersche Gemeente Hercules Sandenbergh 1500 ofte 500:−−
alles behalven de renten daar op verlopen en nog onbetaald
voldaan den 28
October 1806
aan den burger Josias Engelbregt 150:−−
aan de weeduwe Jacob Coenradie 158:6
aan de weduwe Jacobus Burger
aan Frans Michiel Kilian, op een reekening van smitswerk 95:−−
rd:s26:42
aan den oud diacon der Paerlsche Gemeente Jan Minnaar Janszoon over
gedaane verschotten voor begraffenis onkosten
55:24
Aldus gedaan ende geinventariseerd ter plaatze voormeld op den 17 April 1803, ende zulx ter op en aangave
der in den hoofde dezes gemelde weeduwe, de welke betuigde zig daar inne ter goeder trouwe gedragen en
haarens weetens niets verswegen te hebben het geene tot den boedel en nalatenschap behoord, bereid zynde
zulx des gerequireerd wordende ten allen tyde met solemneele eede gestand te doen, en verdere belofte, dat zo
wanneer in der tyd iets tot den boedel betrekkelyk nader mogte komen te ontdekken, zulks ter Weeskamer
getrouwelyk te zullen opgeeven, ten einde dezen inventaris daar meede kan worden geamplieeerd.
In teeken der waarheid is deeze door de inventariente, nevens ons gecommitteerde Weesmeesteren ende my
gezwoore Clercq eigenhandig gesubscribeerd.
Als gecommitteerde Weesmeesteren: A:V: Bergh, A:J: van Breda
Voor de opgaaf: Anna C: Lambresz, D:W:D:W:H: Greeff
Mij present: G:A: Watermeijer, g: C: