Hendrik Greeff

Personalia

Naam:Hendrik Greeff
Geboren:12 oktober 1776
Overleden:26 februari 1855

Levensloop

0 jaar: geboorte Hendrik
16 jaar: getrouwd met Anna (Catharina) Johanna Lambrechts
20 jaar: geboorte dochter Helena Johanna Adriana
69 jaar: overlijden dochter Helena Johanna Adriana
78 jaar: overlijden Hendrik

Opmerkingen

Uit navolgend stuk zou opogemaakt kunnen worden dat Hendrik Greeff niet in 1855 maar véé eerder , voor april 1803 zou zijn overleden! ---------- Bron: http://databases.tanap.net/mooc/make_pdf.cfm?output=pdf&id=MOOC8/25.39 pag 1. Inventories of the Orphan Chamber Cape Town Archives Repository, South Africa Reference no.: MOOC8/25.39 Testator(s): Hendrik GreeffAnna Catharina Lambregts 17 April 1803 Inventaris van alle zodanige goederen als er ab intestato met er dood zijn ontruymd ende nagelaten door den burger Hendrik Greeff Matthyszoon ten voordeele van zyne over gebleevene huisvrouw en weduwe Anna Catharina Lambregts, met welke hy in gemeenschap van goederen is getrouwd geweest ter eenre; mitsgaders hunne by den ander in huwelyk geprocreeerde minderjarige kinderen, genaamdt 1) Mathys Hendrik oud 8 jaren ter andere zyde 2) Helena Johanna Maria oud 6 jaren 3) Anna Catharina oud 4 jaren en 4) Jan Daniel Greeff oud 21 maanden 5) zodanig kind als waar van zy weduwe thans zwanger is Zodaanig ende in dier voegen als dezelve door ons ondergeteekende gecommitt:e Weesmeesteren op t op en aangeven van des overledenens nagelatene weeduwe zyn ginventariseert en opgenomen, bestaande alle dezelve in t volgende, namentlijk Een opstal staande op de leningsplaats genaamt Swellengift gelegen in de Koebergen onder t Kaapsche district In t woonhuis van even gemelde plaats en aldaar In t voorhuis twee klap tafels twee thee tafels agt stoelen een water emmer een porcelaine scheer bekken een tafel kast een kopere thee machine een kopere vuur testje een tinne schenkbord een trek pot en een melk kan In de voorkamer ter regter hand --- p 2 een kabinet waar op een stel potten en bekers een bureau een tafel kast een ledikant waar op een bed, peuluw, vyf kussens en een wolle deken twee thee tafels een schiet geweer een spiegel twee schenk blaadjes twee syferlyen en een blikke trommel In de kamer ter linker hand twee kopere quispedoren vyf kopere kandelaars een ledikant met behangsel en daar op twee bedden twee peuluwen thien kussens een chitze deken en een wolle deken drie stoelen een geweer rak een rak waar op eenig glaswerk In de agter kamer een klap tafel een wasch balij een brood mes met zyn bank twee kook ketels een koffy kan zesthien schotels in zoort zes en dertig borden in zoort zes en dertig tinne lepels zes en dertig staale vorken zes en dertig messen twee boter potjes In de combuys een bak kist --- p. 3 een bak tafel een water half aam vier emmers een wasch fonteintje met zyn onder balij vier yzere potten een yzere rooster twee yzere potlepels een yzere vleesch vork een schuimspaan een drie voet en een melk balij In t school vertrek tien jukken twee trek touwen een haksel bank vyf ledige theer vaten een ledige half aam een parthy swengels zesthien paarde tuigen met toebehoren een ledige legger twee koorn vorken een party sickels twee zadels en een toom In de winkel thien ploeg scharen een schaaf bank een slyp steen twee ongemaakte waagen asschen een party timmermans gereedschappen, en voorts eenige rommeling In de garst kamer vyf en veertig mudden garst een paarde krip twee deur koezynen een grynhoute plank en een party rommelarij In t pakhuis n:o 1 --- p. 4 twee boter karns twee vleesch balys en voorts wat rommeling In t pakhuis n:o 2 twee meel kisten een baly een party ledige zakken een paar pistolen met hunne holsters en een pallas Op de werf twee paarde wagens met hun toebehoren een osse wagen met toebehoren een oude defecte wagen twee ploegen een schoffel ploeg drie eggen vyf pikken en drie graven In t koornhuis een koorn harp twee schepels drie koorn schoppen en een visch zeegen In de kraal dertig paarden dertig beesten en een hondert en agthien schapen en bokken Lyf eigenen een slave jongen genaamt Fortuyn van Bengalen zynde een wagen ryder een slave jongen gen:t January van Bengalen almeede een wagen ryder een slave jongen gen:t Jefta van Madagascar een slave jongen gen:t Falentyn van Mosambieque een slave jongen gen:t Zoutman van Mosambieque een slave jongen gen:t Agilles van Boegies een slave meid genaamd Christina van Boegies een slave meysje genaamdt Sara van de Caab --- p. 5 Bevindende zig voorts nog in de Kaapstad, by de horologie maker Christiaan van den Burgh, een spinsbekke zak horologie en by den geweer maker Jan Jurgens, een schiet geweer, omme te worden gereparreerd. Inne schulden Rd:s van den burger Johannes Augustus Greeff Matthyszoon over contant geleende penningen, waar van egter de obligatie niet is gevonden 200 met de renten van dien zedert ultimo May 1798, in welkers mindering denzelven een contra pretensie op den boedel is hebbende van Jan Prins Jurriaanszoon over koop van een paard 50 Lasten des boedels Rd:s aan de diacony armen der Hervormde Gemeente in de Kaapstadt 14000 ofte 4666:32 aan de manh: Jan Daniel Heroldt aan capitaal 8000 ofte 2666:32 aan het lidt der Raad der Gemeente Johannes Adrianus Vermaak aan cap:l 2000 ofte 666:32 aan den oud commissaris van Civiele en Huwelyks zaken Jan Vos Hendrikszoon 3000 ofte 1000:−− aan den diacon der Luthersche Gemeente Hercules Sandenbergh 1500 ofte 500:−− alles behalven de renten daar op verlopen en nog onbetaald voldaan den 28 October 1806 aan den burger Josias Engelbregt 150:−− aan de weeduwe Jacob Coenradie 158:6 aan de weduwe Jacobus Burger aan Frans Michiel Kilian, op een reekening van smitswerk 95:−− rd:s26:42 aan den oud diacon der Paerlsche Gemeente Jan Minnaar Janszoon over gedaane verschotten voor begraffenis onkosten 55:24 Aldus gedaan ende geinventariseerd ter plaatze voormeld op den 17 April 1803, ende zulx ter op en aangave der in den hoofde dezes gemelde weeduwe, de welke betuigde zig daar inne ter goeder trouwe gedragen en haarens weetens niets verswegen te hebben het geene tot den boedel en nalatenschap behoord, bereid zynde zulx des gerequireerd wordende ten allen tyde met solemneele eede gestand te doen, en verdere belofte, dat zo wanneer in der tyd iets tot den boedel betrekkelyk nader mogte komen te ontdekken, zulks ter Weeskamer getrouwelyk te zullen opgeeven, ten einde dezen inventaris daar meede kan worden geamplieeerd. In teeken der waarheid is deeze door de inventariente, nevens ons gecommitteerde Weesmeesteren ende my gezwoore Clercq eigenhandig gesubscribeerd. Als gecommitteerde Weesmeesteren: A:V: Bergh, A:J: van Breda Voor de opgaaf: Anna C: Lambresz, D:W:D:W:H: Greeff Mij present: G:A: Watermeijer, g: C: