Egbert Marinus

Personalia

Naam:Egbert Marinus
Beroep:essayeur, muntmeester
Geboren:23 december 1653 (Deventer)
Overleden: 1710 (Groningen)
Ouders:

Levensloop

0 jaar: geboorte Egbert
24 jaar: overlijden vader Marinus
26 jaar: getrouwd met Jo(h)anna Daendels
27 jaar: geboorte zoon Harmen
53 jaar: overlijden echtgenoot Jo(h)anna
55 jaar: overlijden Egbert

Opmerkingen

Hij is gedoopt op 23 december 1653 in Deventer(O). Hij is overleden voor 1711. Hij is begraven in Groningen(G). Beroep: essayeur, muntmeester. Woonachtig: 1680 in Brinjk, Deventer(O). van 1690 tot 1711 in Heerenstraat, Groningen(G) --- Notities bij Egbert Marinus (uit: Genealogie Tijmes en Sappe) Egbert Marinus is een zeer opmerkelijke stamvader. Doordat hij een belangrijke functie bekleedde is er ook veel informatie over hem beschikbaar. Uit de vele archiefstukken kunnen wij het volgende vertellen. Egbert was aanvankelijk als essayeur werkzaam aan de Munt van de stad Deventer. De essayeur was binnen de munt belast met de controle op de fijnheid van de grondstoffen en de munten. Helemaal zeker is het niet wanneer hij begint, maar hij legt op 3 november 1682 de eed af. Al eerder werd besloten hem te benoemen zo blijkt uit een stuk van 8 april 1682. Egbert Marinus is ondernemend. Hij solliciteert en wordt op 26 maart 1690 aangesteld als muntmeester van de stad Groningen. Hij legt op 14 augustus 1690 de eed af. Zijn instructie is zeer lezenswaard onder andere is daarin opgenomen welke munten hij mocht slaan. Hij moest voor zijn werk kennelijk ook nog wel eens op reis, zo blijkt uit een brief van 14/24 september 1691 aan "mijnheer M.Sonnemaens,muntmeester van de provincie Hollant tot Dodreght, tegenwoordigs met andere respectieve munt mrs. ver- gadert tot Amsterdam". Zo'n reis naar Amsterdam was geen geringe opgave in die tijd, zo lezen wij in het boek "prinsen,patriciers en patriotten" van J. de Rek (blz.250). De reis naar Amsterdam duurde 42 uur per postwagen. Helemaal ongevaarlijk was de reis ook niet. Op de Veluwe werden de post- wagens nog wel eens overvallen. Egbert en zijn vrouw Johanna kopen op 26 april 1690 een huis in Groningen aan de Markstraat. Het huis stond op de plaats waar nu de woning van de Commissaris van de Koningin staat. Op 27 januari 1692 wordt aan "Egbertus Marinus en sijn vijff soonen" het grootburgerschap van de stad verleend. Marinus gebruikte als muntmeestersteken "de meerman".In de numismatiek vaak ten onrechte aangeduid als "sirene". Blijkens zijn instructie mocht hij veel munten slaan. Enkele daarvan zijn nog voor een redelijke prijs verkrijgbaar. Marinus werd voor 12 jaar aangesteld, maar hij het maar drie jaar volgehouden. In 1693 is hij gestopt. Wie meer wil weten over het lucratieve vak van deze voorouder kan daarover voldoende lectuur raadplegen o.a. van de hand van dr. Enno van Gelder "De Nederlandse Munten" of zijn proefschrift uit 1949 "Munthervorming tijdens de republiek 1659-1694. Op 2 april 1711 worden na het overlijden van Egbert en Johanna "Staet en Inventaris van al sodanige goederen als wijlen de Heer Muntemeester Egbert Marinus en vrouw Joanna Daendels op haar dodelijk deces hebben nagelaten" opgemaakt. Een indruk- wekkende hoeveelheid. Hij was een man in bonus met niet alleen zijn huis in de stad, maar ook een verhuurde "plaetze tot Haren en heel veel grond. Maar wat heel opmerkelijk is hij bezat ook " Een seste part in het Schip de Meerman". Komt hier ons familiewapen vandaan. Op 3 november 1718 wordt de inboedel onder de kinderen verdeeld.