Opmerkingen
functies:
baljuw van Rijnland en Woerden sinds 11 dec. 1403, ook in 1404 verm. (GvH. 1257 f. 26, 1258 f. 1v.); baljuw van Muiden verm. nov. 1407 (GvH. 1261 f. 163). Pachtte met Herman Willemsz. het Leidse schoutambt en gerecht 1396-98 (zie hfdst. 6). Behoorde sedert 1402 tot de Leidse vroedschap; had hij het schoutambt bekleed? (zie Marsilje, Het financiële beleid, 322 en 324).
varia:
8 feb. 1399 beleend met de Rijntiende van Rodenburg, grfl. leen. Diende de graaf in de Friese en Arkelse oorlogen.
familie:
bastaarden:
a. Jan van Orck
ovl. tussen 5 juni en 11 nov. 1462 (Klo. 858 f. 24, Secr. 525 f. 37v.).
functie:
8 mei 1407 Leids schut (Secr. 84 f. 242v.).
rentebezit:
3 nobel 26 groten lijfrente t.l.v. de stad, met zijn grootmoeder IJsenbeel, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 19).
landbezit:
* 10 aug. 1410 12½ morgen land aan de Mije en Diepe Mije onder Bodegraven, samen met zijn zr., ontvangen van zijn vader.
* 16 feb. 1417 lijftocht aan Zwieten met 14 morgen land ald., na overdracht door IJsenbeel, weduwe van Dirk van Zwieten.
b. Katrijn;
ovl. 9 juli 1471 (Secr. 543 f. 170v.); bezat met haar broer land, zie hoger; met haar grootmoeder IJsenbeel een lijfrente van 6½ nobel t.l.v. de stad, verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 19).
---
◦ Katrijn (Bastaard) Van Zwieten
■ Jan (Bastaard) Van Orck, (=urk) 1410- gehuwd met ? ? en hun kinderen: :
■ Claes Jansz Van Orck -