Opmerkingen
MyHeritage stambomen
Baptist Family Tree in Baptist Web Site, beheerd door yolanda Baptist
Overlijden: 19 dec 1456
Ouders: Boudijn van Zwieten, Ludgard van Zwieten (geboren van Nijenrode)
Broers/zusters: Aleid van Hoogwouden (geboren van Zwieten), Catharina van Zwieten, Margriet van Poelgeest (geboren van Zwieten), Jan van Zwieten, Dirk van Zwieten
Echtgenote: Catharina van Zwieten (geboren van Diemen)
Kinderen: Pieter Gijsbertsz. van Zwieten, Hugo Gijsbertsz van Zwieten
====
Heraldische beschrijving:
Wapen: in rood een ster vergezeld van drie violen met de halzen omlaag en gewende schroefhouders, alles zilver.
Plaats - Wapenvoerder Gijsbert van Zwieten NaamZwieten, van Opmerking
Veertigraad van Leiden 21 juli 1449 t/m 1456.
Bestandsnaam 1800 - Zwieten02 Nummer HDATNL019240 Bron of boek
CBG; Wapenkaart, behelzende alle de wapens en naamen van de edele groot achtbaare Heeren veertigen der stad Leyden, geschikt naar de rang, waar in dezelve verkoozen zyn zedert den 21. July 1449. tot den 21. July 1758. Bij een verzameld door Gysbert van Ryckhuysen, bode met de bussche derzelver stad, getekend en in 't koper gebracht door Abraham Delfos, blz. 1.
Type Heraldische Databank
====[Swieten, Gijsbert of Gijsbrecht van (1)]
SWIETEN (Gijsbert of Gijsbrecht van) (1), ridder, tweede zoon van den zoowel op financieel als politiek gebied beroemden Bou(de)wijn, den in 1454 overleden thesaurier en de evenals deze om vroomheid vermaarde Lutgarde v. Nyenrode werd, evenals zijn broeders en zusters (zie boven in art. Dirk (2)) door Boudijn in belofte genomen om zijn testamentaire beschikkingen te eerbiedigen en aangemaand onderling in goede vriendschap te leven (1 Oct. 1428). Vooral Gijsbrecht heeft in dezen zijn plicht gedaan, zooals alleen reeds blijkt uit de memorieboeken van Boudewijns stichting Mariënpoel, getuigenis afleggend van de herhaalde mildheid der van Swietens (Bijleveld, Het nonnenklooster Mariënpoel en de stichter Boudewijn v.S. in: Leidsch Jaarb. 1905, 138 vlg.). Toen, na in 1439 door hertog Philips zijn rentmeester gegeven verlof om over zijn leengoederen te beschikken en die bij testament onder zijn kinderen te verdeelen, kreeg de tweede zoon, Gijsbrecht, de heerlijkheid Zwieten (een paar ms. aant. op 't Leidsch Archief bevatten enkele bijzonderheden over die deeling).
Gijsbrecht komt op verschillende jaren voor, zegelend behalve in 1428, ook in 't volgend jaar, verder als zoodanig of anderszins vermeld op 1432 (blijkens een ms. aant. ook in verband met een overdracht aan hem door Boudewijn van een rente, door dezen in 1411 verworven), op 1440, 1443 (o.a. als rechter), 1446 (idem), 1447, 1449, 1450 (idem, herhaaldelijk zegelend), 1455 (in verband alweer met de nonnen van St. Mariënpoel), 1456. Heel lang zal heer Gijsbrecht, wiens naam ook te vinden is in een acte van verkoop van land aan Boudijn (wiens weduwe 1 April 1455 het in 1449 door dezen nog vermeerderde grondbezit overdraagt aan de Heilige Geestmeesters te Leiden) niet meer geleefd hebben. Zijn dood valt in elk geval vóór 1460, daar in dat jaar (in een transfix van 6 Juni) joncfrou Katrijn als zijn weduwe genoemd wordt en twee jaar daarna zijn zoon Hugo optreedt. Behalve dezen (kol. 860)
Over het gehele werk
TITELS
Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek (10 delen)
Over dit hoofdstuk/artikel
AUTEURS
over Gijsb. van Swieten
L.M.G. Kooperberg
[p. 859]
hadden heer Gijsbrecht en zijn vrouw nog meer kinderen. Katharina v. Diemen sijn goet wijff (dochter van Hugo) stond haar man terzijde bij het vroomheidswerk o.a. aan Mariënpoel, blijkende, behalve uit testamentaire beschikkingen, ook uit aanneming van memoriediensten van hen in 1462 (hierbij was 't, dat hun zoon Hugo was vermeld), 5 jaar na iets dergelijks voor hun moeder en schoonmoeder, weduwe Lutgarde. Bedoelde kinderen waren nog twee zoons, Willem (kol. 866) (niet overal vermeld), Pieter (kol. 865) en twee dochters. De oudste van deze was Adriana, gehuwd met Gijsbrecht, zoon van Herpert v. Yselsteyn en N.v. Haamstede (v. Spaen, Hist. van het huis v. IJselstein). Hun dochter Margaretha trouwde met Arend v. Duvenvoorde (huwelijksche voorw. 21 April 1465) en overl. 1529 (Wapenher. 1905, 83). Eerstgenoemde, Adriana, weduwe, behoorde tot de huwelijkslieden bij 't huwelijk van haar kleinzoon Gijsbrecht v. Yselstein, zoon tot Duivenvoorde, en Arend v. Almonde (1494) (Hist. Gen. Kron. 1852, 287).
De jongste, Catharina, gehuwd eerst met Adriaan, zoon van Frank v.d. Bouckhorst en Catharina v. Bakenesse, daarna met Willem v. Rommerswael, baljuw van Rotterdam.
Heer Gijsbrecht - Gerrit (Gheerit) heet het verkeerdelijk bij Gouthoeven 206, Gijsbrecht op bl. 205; vgl. hetzelfde verschil tusschen Bat. Ill. 879 en 1113 - werd begraven voor het heilige kruiskapelletje in de kerk van Mariënpoel, terwijl de andere leden van het geslacht des stichters allen liggen onder de blauwe zerk voor het hoog outaar, gewijd aan de H. Maagd (zie verder het tafereel, waar echter ook Gijsbrecht met de andere zoons en hun vrouwen achter hun vader is afgebeeld). Als reden voor genoemde uitzondering geeft ook v. Heussen, Oudh. v. Rijnland (Leiden 1719) op, dat er anderen kort na hem gestorven waren.
Lit. beneden. Hier vooral ook de aangehaalde studie in Leidsch Jaarb. 1905.