Dirk van Swieten/Zwieten

Personalia

Naam:Dirk van Swieten/Zwieten
Geboren: 1460
Overleden: 1522
Ouders:
Broer/Zus:

Levensloop

0 jaar: geboorte Dirk
5 jaar: overlijden moeder Ottelinde
10 jaar: geboorte zus Catharina
14 jaar: overlijden vader Arent
15 jaar: getrouwd met nn van Renesse
20 jaar: geboorte zoon Joost
25 jaar: overlijden echtgenoot nn
30 jaar: getrouwd met Catharina van Egmond
57 jaar: overlijden zus Catharina
62 jaar: overlijden Dirk

Opmerkingen

Zie:http://nl.geneanet.org/archives/livres/379846/308 ===[Swieten of Zwieten, Dirk van] SWIETEN of ZWIETEN (Dirk van) (1, ridder, heer van Leyenburg(h) en Loenersloot, Oucoop, ter Aa etc., zoon van Arend (kol. 852) en diens eerste vrouw Otte v. Nyenrode, werd in 1471 door overgifte van zijn oom Jan (Johan) Splintersz. v.N. en zijn vader Arend beleend met 20 morgen in Diemerbroeck bij het Reygersbosch; 6 Oct. van hetzelfde jaar door hertog Karel met de overige landerijen in Reygersbroeck en Abcou. 2 Dec. 1473 beleende hij Evert Soudenbalch met de Leemcolck tot Werckhoven door opdracht van Frederik v. Drakenburg. 24 Aug. 1474 volgde zijn beleening door den hertog van Gelre met de 75 morgen bij Loenersloot, 't oude Geld. leen, de Boomgaard. Zijn vader was toen al overleden. In 1475 komt hij voor als gekozen voogd van Janna van Montfoort, huwende met Johan v. Nyenrode en 9 Oct. van dit jaar treedt Dirk weer op in verband met dit jonge paar, te wiens bate Alienora v. Borselen, schoonzuster van den bruidegom en nicht van de bruid, een opdracht doet. (Ber. Hist. Gen. IV, 110). Aldus ook Nav. XLVIII 409, die echter aan de mogelijkheid van dat optreden twijfelt met 't oog op den jeugdigen leeftijd van Dirk, die inderdaad niet vóór 1458 kan geboren zijn. Doch dit bezwaar zou misschien ook van 't vorige kunnen gelden, is in elk geval, blijkens verschillende getuigenissen, overbodig, doch niet op dezen grond, dat 't geen andere, gelijktijdige Dirk v.S. kan geweest zijn, al was deze de eenige Dirk v.S.v.L. Een vergissing voor Over het gehele werk TITELS Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek (10 delen) Over dit hoofdstuk/artikel AUTEURS over D. van Swieten L.M.G. Kooperberg [p. 854] Arend Dirksz. is ook onaannemelijk, tenzij diens sterfjaar 1473 weerlegd zou kunnen worden. Misschien was Dirk bij de laatstgenoemde handeling al meerderjarig verklaard. (Zoo ook Nav. 1900, 185, waar er op gewezen wordt, dat hij al heel kort daarna, 3 Febr. 1476, den leeneed deed voor de beleening met Loenersloot door den bisschop en waarvan de beleening zelf, (waarover boven) dus nog tijdens de minderjarigheid zou kunnen hebben plaats gehad). En voor 't volgende vervalt natuurlijk alle reden tot bezwaar. Zoo betreffende de gift door dezen Dirk in 1478 van Schobbeland aan Isbrand v. Coulster, eens (in 1426) in handen van Dirks gelijknamigen grootvader als schoonzoon van Arend v. Leyenburg, die met genoemd erf in 1421 verlijd was. Heer Dirk zegelde, 12 Sept. 1480, den lijftocht, bevestigd door Johan v. Nyenrode, zijn neef, van goed, vermaakt door Gijsbert Splintersz. v. Nyenrode, aan zijn echtgenoote Geertruide v. Amerongen (vgl. ook H. Gen. Ber. V, 214). 7 Juli van het volgend jaar gaf Dirk de 75 morgen van Loenersloot in onderleen uit aan Ernst Soudenbalch, proost van Maastricht. Volgens Nav. 1898, 409 had hij, 3 Febr. 1476, het huis met gebied aldaar en het dagelijksch gerecht, ook van Oucoop en v.d. Aa, in leen genomen van den bisschop van Utrecht, waarbij o.a. een paar heeren uit de huizen Nyenrode en Renesse (Johan) getuigen waren (zie ook Biogr. Wdb. III, 1053). Zeker in 1489 moet Dirk v.S.v.L. reeds baljuw van Muiden, Weesp en Naarden (Gooiland) geweest zijn, gelijk af te leiden is uit v. Overvoorde, Arch. v.d. Kerken II R. 2133, Inv. no. 477, bevestigd door een ms. aant. op 't leidsche archief, melding makend van een eigenhandigen brief. Doch op een lijst van baljuwen van Gooiland komt Dirk alleen voor op 1492, ook 1494 (W.H. Gen. N.R. V, 253) als baljuw van dat landschap. In 1495 (zie b.v. Kron. v.h. Hist. Gen. 1846, 109), 1500 wordt hij mede vermeld als kastelein en baljuw van Muiden en Gooiland. 4 Juli 1499 vroeg hij zijn leenheer, den bisschop, gewapende hulp, geen kans ziende anders in den oorlog tegen Gelre zijn kasteelen tegen de Gelderschen te kunnen bewaren. Hij voerde er niet zelf het bevel, doch liet dit over aan Willem v. Nievelt. Hem werd Splinter v. Nyenrode als medebevelhebber toegevoegd (vgl. ook Hist. Gen. Ber. IV, 34, met verwijzing tevens naar A.M.C.v. Asch v. Wijck, Arch. v.K. en W. Gesch., meer bep. v. Utrecht I, 237, 246, 265-266). Beiden vroegen 2 Juni 1508 versterking bij Utrecht om een aanval het hoofd te kunnen bieden (v. Asch v. Wijck t.a.p. X, 237). Toen deze uitbleef, verzochten zij ‘om merckelicke saecke voorgevallen’, 15 Sept. van dat jaar hun ontslag, waarop Dirk den bisschop zich bereid verklaarde om 't huis Loenersloot te bewaren op voorwaarde van behoorlijke versterking van dat slot en van bijstand (Kron. Hist Gen. 1846, 264-265). Overigens had heer Dirk een verzoek gedaan ten bate van Splinter, zijn neef, voor meerdere bezoldiging (vgl. v. Asch v. Wijck I, 246). Zie ook 't schrijven van eerstgenoemde aan Frederik v. Baden over bijstand aan die van Abcoude en Loenersloot. Zie aldaar 266 en vgl. nog: Kron. Hist. Gen. 1846, 248). Denzelfden Splinter v. Nyenrode had men in 1502 kunnen zien optreden als gemachtigde der voogden van Jooste [p. 855] (Josina) v.N., tot wie ook Dirk v.S.v.L. behoorde; volgens Ber. Hist. Gen. IV, 116 gold het hier echter Dirk, bastaard v. Nyenrode. In 1506 ontmoeten wij Dirk v.S., op 21 Nov. een vicaric fundeerende op het altaar van St. Catharina in de kapel te Loenersloot, 13 Dec. van dat jaar door den bisschop bevestigd. Dan in 1509 in verband met de opdracht van de 75 morgen bij Loenersloot aan zijn zoon Joost (kol. 863). En nog in 1515 (13 Juli) bij de in hetzelfde art. te behandelen opdracht van het huis van dien naam. 1517 (29 Mei) droeg hij het huis ter Does met 11 morgen lands (in 't ambacht Leiderdorp) over aan Walraven v. Brederode (te Vianen) ten bate van Floris v. Egmond (v. Asch v. Wijck, t.a.p. II, 221; vgl. ook Nav. 1900, 186). Kort daarop, hetzij nog in 't zelfde jaar, hetzij in 't volgende moet Dirk v.S.v.L. overleden zijn, achterlatend slechts één zoon, den beneden volgenden Joost, met wien hij nog in een acte van 1 Juli 1517 genoemd wordt, terwijl uit een stuk van 1518 blijkt, dat Dirk dood was, waarmede tevens anderer opgave, nl. van 1521 als zijn sterfjaar, weerlegd zou zijn. Genoemde zoon was geboren uit Dirks huwelijk met een dochter van Frederik (niet Johan; vgl. III, 1053; ook Wittert v. Hoogland, Bijdr. lot de Gesch. der Utrechtsche ridderhofsteden en heerlijkheden ('s Grav. 1912) II, 136) v. Renesse, heer van Rijnouwen en Elisabeth van Cruyningen. Dirks 2de huwelijk, aangegaan ± 1509 nl. met Catharina van Egmond en Yselstein (die hij 25 April 1509 lijftochtte met 80 ponden van 40 grooten uit zijn leengoederen, welke hij van Holland hield), dochter van Arend v. Yselstein, bastaard van Egmond en Barbara v. Bors(s)elen, schijnt kinderloos te zijn gebleven.