Rijn- en Schiekade

Hier ben ik geboren en getogen, op nummer 108. Dit nummer werd in de 60-er jaren van de vorige eeuw omgedoopt naar nummer 100. (In verband met de bouw van de studentenflat!)
Later heb ik met mijn gezin gewoond op nummer 94a.

Rijn-en Schiekade

Van Haagweg naar Delftsche Jaagpad

De kade draagt den naam van het kanaal, dat vóor zijne omlegging buiten de stad in 1919, daarlangs zijn weg nam.

Reeds in 1638 was de Nieuwe Vaart vanaf den Hoogen Rijndijk (thans Haagweg) naar den Vliet bij de Kwakersbrug (thans Wouterenbrug) gegraven, ten einde aan de trekschuiten op Delft, Den Haag en andere plaatsen een gemakkelijke aanlegplaats te verschaffen. Eenige partien lands gelegen buyten de Witte-poort, die tot droochraemen wierden gebruyckt, moesten daartoe worden in beslag genomen. Het meerder vertier als gervolg van de drukke scheepvaart deed daarna buiten de Wittepoort allengs een bebouwing of voorstad ontstaan, evenals destijds ook werd aangetroffen in het Havenkwartier buiten de Zijlpoort aan het einde der Haarlemmerstraat.

Bij het begin der nieuwe vaart stond de stadsherberg, bestemd om logies te verschaffen aan hen, die des avonds de poorten gesloten vonden. Tusschen de vaart en den singelweg was de paille-maille of palmaliebaan, later maliebaan, alwaar door studenten en burgers het maliën of kolven werd beoefend.

Het recreatieterrein der studenten lag aanvankelijk aan de Oudevest bij de Paradijssteeg; later hadden zij een speelweyde op een terrein naast het leprozenland, d.i. op de tegenwoordige Beestenmarkt. In 1601 werd den studenten toegestaan te mogen spelen mitte balon int princen logement en in 1612 beloofden de Heeren van den Gherechte mitte eerste gelegentheyt ten dienste van de supplianten te ordonneren een bequame plaetse ofte veld dienende tot excercitie zoo van de ballons als tot balspelen. In 1636 besloot men tot het maken eener paille-maillebaan buiten de Wittepoort. Daar de studenten tijdens de rustpoozen bij het maliën dikwerf aan de overzijde langs de vaart gingen wandelen,kreeg die weg den naam van Studentenpad, welke benaming tot in de 20ste eeuw bleef behouden. Zelfs werd in 1868 ook de waterweg Studentenvaart genoemd. Een in Mei 1917 door de Senaat der Rijksuniversiteit gedaan verzoek om den naam Studentenpad in eere te herstellen, werd door den Raad afgewezen. In 1891 is de Nieuwe vaart door de provincie verbreed en verlengd tot in het Galgewater, waarmede de z.g. groote scheepvaartweg van zuid naar noord (Trekvliet, Rijn- en Schiekade, Galgewater, Oude Vest, Haven) was tot stand gebracht en de vroegere kleine scheepvaartweg (Vliet, Steenschuur, Nieuwe Rijn) zijne beteekenis grootendeels verloor. De verbreeding der Nieuwe Vaart had de verdwijning van de Maliebaan ten gevolge.

In 1901 handhaafde de Raad zijne meening dat het belang der ingezetenen medebracht behoud van de groote doorvaart door de stad, doch in 1915 kwam de Raad op deze opinie terug en verklaarde geen prijs meer te stellen op deze vaart binnendoor. Daarna ontwierp de provincie plannen om het Rijn-Schiekanaal buiten de stad om te leggen, welk belangrijk werk in 1919 voltooid was.

Uit: “Leidsche straatnamen” door Ir. G.L. Driessen (waarschijnlijk uit 1929)